Mijn schoonmoeder dreef me in het nauw op mijn eigen babyshower, wees naar mijn zeven maanden zwangere buik en vertelde me dat ik absoluut álles gloednieuw moest kopen, anders zou de baby een of andere obscure Victoriaanse ziekte oplopen. Twintig minuten later hield mijn granola-verslaafde yogadocente me tegen bij de schaal met hummus om me te vertellen dat baby's alleen maar een handgevlochten mandje en één houten lepel nodig hebben. En toen leunde de caissière bij de HEMA – iemand die ik niet eens kende – over de kassa en fluisterde agressief dat ik helemaal geen ledikantje nodig had, maar gewoon een heel stevige ladekast. Ik zat zo vol met tegenstrijdig advies en koude pizza dat ik eerlijk gezegd gewoon een dutje op de vloer wilde doen. In plaats daarvan stond ik midden in zo'n gigantische, verblindend verlichte babyzaak met een billendoekjeswarmer van 80 euro in mijn handen, terwijl ik elke levenskeuze in twijfel trok die me naar dit moment had geleid.

Ik zweer je dat de lucht in zo'n gigantische babywinkel volgepompt is met zuurstof en paniek, net als in een casino. Maar in plaats van geld te verliezen met blackjack, verlies je het aan piepkleine sokjes die meteen weer uitvallen. Ik droeg een legging met een mysterieuze vlek op de linkerknie en een zwangerschapsshirt dat ik al drie dagen niet had uitgetrokken, en stond compleet verlamd voor een wand met vierenzeventig verschillende spenen. Mijn man Dave stond ergens drie gangpaden verderop intens de zijkant van een doos met een borstkolf te lezen alsof het een spannende fantasieroman was, wat écht enorm hielp. In een aanval van nesteldrang-paniek had ik die ochtend nog gegoogeld op "babywinkels in de buurt", in de veronderstelling dat het in het echt zien van de spullen me een voorbereid gevoel zou geven. Maar eerlijk, het zorgde er alleen maar voor dat ik wilde huilen in mijn derde ijskoffie van de dag.

Er is gewoon zoveel **troep**. En iedereen vertelt je dat als je niet precies de juiste troep koopt, je als ouder al faalt nog voordat je kind je lichaam überhaupt heeft verlaten. Maar nu ik Leo (vier jaar) en Maya (zeven jaar) heb, kan ik je vertellen dat je toch vooral heel veel koffie nodig hebt, en een enorm hoge tolerantie voor onzin. Maar goed, het punt is: je hebt die ladekast niet nodig, maar je hoeft ook niet de hele winkel leeg te kopen.

De grote tweedehands-discussie in ons huis

Dave is gierig. Ik zeg dit met liefde, maar de man rijdt gerust vier uur naar een vage achterstandswijk om twaalf euro te besparen op een onderdeel voor de grasmaaier. Dus toen we de babykamer van Maya aan het inrichten waren, dook hij meteen op Marktplaats om te zoeken naar tweedehands babyspullen. Hij vond een gast – ik geloof dat zijn gebruikersnaam letterlijk 'Bottenkraker' was – die een autostoeltje verkocht dat "slechts één piepklein kop-staartbotsinkje had meegemaakt." Ik vroeg ter plekke nog net geen echtscheiding aan.

Ik vroeg dokter Thomas, onze huisarts die er altijd net zo moe uitziet als ik me voel, naar tweedehands spullen en hij smeekte me zowat om geen gebruikt autostoeltje te kopen. Blijkbaar zegt de Consumentenbond – of welke instantie hier ook over gaat – dat het plastic na een botsing degradeert of het schuim aan de binnenkant microscheurtjes oploopt, zelfs als je dat met het blote oog niet ziet. Je moet tweedehands autostoeltjes dus gewoon compleet afzweren en de zijkant van het plastic afspeuren naar een ieniemienie houdbaarheidsdatum, terwijl je een vermogen uitgeeft aan een nieuwe. Er is namelijk geen enkele manier om te weten wat een gebruikt stoeltje heeft meegemaakt. Voor hetzelfde geld is het ooit van een dak gegooid.

En ledikantjes zijn ook zoiets wat je écht niet op een rommelmarkt moet kopen. Balen, want vintage wiegjes zien er altijd zo geweldig uit op Pinterest. Maar dokter Thomas vertelde me dat de veiligheidsnormen zo snel veranderen dat oudere bedjes eigenlijk gewoon levensgevaarlijk zijn. Vooral die uit de jaren 90 waarvan de zijkant naar beneden kan; die fungeerden vroeger nog weleens onbedoeld als guillotine voor babyvingertjes. Volgens mij zegt VeiligheidNL dat de spijlen van een ledikant niet meer dan zesenhalve centimeter uit elkaar mogen staan, maar eerlijk gezegd pakte ik gewoon een blikje cola en probeerde dat tussen de spijlen te proppen. Want als een blikje past, kan een babyhoofdje vast komen te zitten, zoiets. We hebben uiteindelijk een nieuw ledikantje gekocht, maar Maya's kleertjes haalde ik echt volop bij de kringloopwinkel. Baby's ruïneren kleding toch al binnen vijf seconden.

De pluche dodemansvallen die ze je nog steeds proberen te verkopen

Laten we het even hebben over bedomranders, want hier kan ik me nóg kwaad over maken. Toen ik in verwachting was van Maya, liep ik een babyzaak binnen voor een matrasje. In letterlijk elk showmodel stonden van die prachtige, pluche, fluwelen bedomranders. Ze lieten de bedjes eruitzien als luxueuze kleine nestjes. Ze hadden bijpassende dekentjes en van die gigantische, zware sierkussens in de vorm van olifanten. Het leek wel de cover van een tijdschrift.

The plush death traps they still try to sell you — Losing My Mind Inside Infant Stores (And What You Actually Need)

Maar dat is dus precies waar ik van wil gillen. Kinderartsen en instanties als VeiligheidNL waarschuwen ouders al jaren luid en duidelijk dat bedomranders, losse dekentjes en pluche kussens het risico op wiegendood aanzienlijk verhogen. Ze zijn levensgevaarlijk wegens verstikkingsgevaar. Ik vroeg dokter Thomas ernaar, en hij wreef over zijn slapen, zuchtte diep en zei dat hij wilde dat ze overal verboden werden. Hij vertelde me dat het hoofdje van een baby helemaal geen bescherming tegen die houten spijlen nodig heeft. Een bult is namelijk tijdelijk, maar zuurstofgebrek is permanent. Doodeng.

En toch stellen die winkels ze nog steeds ten toon! Ze verkopen ze in peperdure pakketten aan kwetsbare, uitgeputte zwangere vrouwen die gewoon willen dat de babykamer er schattig uitziet. Je loopt door die winkel, je hormonen gieren door je lijf, je rug doet pijn, je ziet zo'n prachtige, zachte bedomrander en denkt: "Oh, dit heb ik vast nodig om mijn baby te beschermen tegen dat harde hout." Het is zo manipulatief en walgelijk. Je hebt eigenlijk alleen een stevig matrasje en een babyslaapzak nodig, meer niet. Dat bedje moet eruitzien als een dorre woestenij.

Ondertussen oordelen andere moeders agressief over je omdat je geen billendoekjeswarmer hebt gekocht, wat echt letterlijk een verwarmd petrischaaltje voor bacteriën is, dus laat maar waaien.

Dingen waar ik wél geld aan uitgaf

Sinds ik die gigantische babywarenhuizen compleet heb afgezworen – na die ene keer dat Leo een totale meltdown had in gangpad vier (daar kom ik zo nog op) – koop ik tegenwoordig bijna alles online. En ik koop alleen dingen die ook écht een probleem oplossen, en niet alleen maar leuk staan voor op Instagram.

Things I actually spent money on — Losing My Mind Inside Infant Stores (And What You Actually Need)

Mijn absolute favoriete aankoop ooit was het Mouwloos Rompertje van Biologisch Katoen van Kianao. Leo had ontzettend last van nare, vurige eczeem toen hij een maand of vier was. Van álles wat hij droeg kreeg hij van die knalrode, verdikte plekken. Ik smeerde hem continu in met dure crèmes die toch zijn kleding alleen maar verpestten. Tijdens een nachtvoeding om 2 uur 's nachts kocht ik in een opwelling dit rompertje van biologisch katoen. Het is **zó** zacht. Ik zou oprecht willen dat ze het in mijn maat maakten. Het heeft geen kriebelende labeltjes of giftige kleurstoffen, en zijn huid klaarde eindelijk op. Daarbij had hij ook nog eens de ultieme spuitluier in een Starbucks terwijl hij de gele aanhad, en ik zweer je: het is er in de was helemaal uitgegaan. Door de envelophals kon ik de compleet geruïneerde outfit naar beneden over zijn beentjes uittrekken, in plaats van die poep helemaal over zijn hoofdje te moeten wrijven. Dat is echt een detail dat door een genie is bedacht.

Aan de andere kant kocht ik ook hun Siliconen Eekhoorn Bijtring. Dat ding is prima. Gewoon helemaal oké. De voedselveilige siliconen zijn superveilig en dokter Thomas zei dat het beter is dan plastic, omdat er geen schimmel op groeit. Het eikeltjes-ontwerp is ontegenzeggelijk schattig. Maya heeft er precies één week hevig op gekauwd toen haar ondertandjes doorkwamen. Maar eerlijk? Ze kauwde toch het allerliefst op Dave's vieze autosleutels of de afstandsbediening van de tv. Het is een degelijk, veilig product, maar baby's zijn gewoon raar en kiezen altijd een levensgevaarlijk huishoudelijk object boven dat zorgvuldig uitgekozen speelgoed.

Als je zoekt naar dingen die écht het verschil maken en je kind geen uitslag bezorgen, kun je waarschijnlijk beter gewoon lekker vanaf je eigen bank scrollen door de biologische babykleding in plaats van een uur in een rij voor de kassa te staan.

Oh, maar ik moet ook nog even de Houten & Siliconen Speenkoorden benoemen. Mijn hemel, die hebben mijn verstand echt gered. Voordat ik deze had, liet Maya haar speentje continu vallen op de vloer van de supermarkt, waarna ik het paniekerig afveegde aan mijn eigen spijkerbroek alsof dat het op de een of andere manier steriliseert. De hoeveelheid hondenhaar die ik van spenen af heb geplukt in mijn eigen huis is gewoon misselijkmakend. Deze clips zijn ongelooflijk sterk – Maya trok er continu aan – maar de metalen sluiting heeft haar shirtjes niet geruïneerd. Daarnaast zijn de houten kralen geseald, dus ze worden niet sompig als je baby – en dat is onvermijdelijk – op het speenkoord zélf gaat sabbelen.

Een mini-mensje meenemen naar een enorme winkel

Toen Leo een maand of negen was, beging ik de catastrofale fout om hem mee te nemen naar een echte babyzaak voor een autospiegeltje. Ik dacht dat we met tien minuutjes wel klaar zouden zijn. We liepen door de glazen schuifdeuren en binnen dertig seconden krijste hij zó hard dat hij ervan trilde.

Ik herinner me dat ik een artikel las van een kinderpsycholoog – DeAnn Davies, heette ze geloof ik – die uitlegde dat winkels in wezen martelkamers voor baby's zijn. Volwassenen kunnen het zoemen van tl-buizen, die vreselijke popmuziek uit de speakers, die piepende winkelwagentjes en de visuele kots van een miljoen felgekleurde plastic speeltjes wegfilteren. Baby's hebben totaal geen filter. Het komt allemaal in één klap binnen in hun kleine, nog ontwikkelende hersentjes. Het is alsof je ze midden op een rave dropt.

Ik probeerde wanhopig door de gangpaden te snelwandelen. Ik wiegde hem agressief in de draagzak, terwijl ik intussen met mijn heup een display met luieremmers omstootte. Mensen staarden. Het zweet stond op mijn rug. Leo boog zichzelf naar achteren als een bezeten acrobaat. We gingen uiteindelijk weg zónder die spiegel en ik zat huilend in de auto een muffe mueslireep te eten die ik nog onder in mijn tas vond.

Mocht je echt naar een fysieke winkel moeten, doe het dan direct nadat ze wakker zijn geworden van een dutje. Laat ze lekker veilig tegen je borst in de ergonomische draagzak, en zorg dat je binnen twintig minuten weer buiten staat. Of nog beter: laat de baby thuis bij Dave en ga alleen, zodat je wél de tijd hebt om serieus etiketten te lezen.

Of bestel gewoon wat je nodig hebt lekker online, bij mensen die écht om materialen geven. Kijk maar eens naar deze collectie voor Vaste Voeding & Fingerfood voor als je kind op een gegeven moment echte maaltijden op de grond begint te gooien in plaats van alleen maar melk op te geven.

Vragen die ik om 3 uur 's nachts in paniek heb gegoogeld

Moet ik écht een speciaal babybadje kopen?
Eerlijk? Nee. Ik had voor Maya zo'n gigantisch plastic walvisbadje gekocht. Het nam mijn halve badkamer in beslag en er groeide zwarte schimmel in alle kiertjes. Dokter Thomas vertelde me dat ik haar ook gewoon in de gootsteen kon wassen, met een handdoek erin zodat ze niet weggleed. Wat Leo betreft, die namen we meestal gewoon mee onder de douche, waarna ik hem aanpakte en aan Dave gaf. De baby-industrie wil je laten geloven dat je voor iedere denkbare activiteit speciale spullen nodig hebt, maar je hebt eigenlijk gewoon warm water en zeep nodig.

Waarom pushen babywinkels zoveel speelgoed met een hoog contrast?
Oké, dit is dus écht gebaseerd op wetenschap, hoewel ik er de ballen van snap. Als baby's geboren worden, is hun zicht echt volkomen prut. Ze kunnen maar zo'n twintig tot dertig centimeter ver zien, en dan vooral wazige vormen. Onze huisarts legde uit dat dingen met een hoog contrast – zoals zwart-witpatronen of felle primaire kleuren – écht het enige is wat die oogjes kunnen registreren. Dus hoewel dat beige, esthetisch verantwoorde houten speelgoed prachtig in je woonkamer staat, kan je baby het letterlijk gewoon niet zien. Ze willen dat lelijke, schreeuwerige, contrastrijke spul.

Is biologisch katoen het extra geld nou echt waard?
Voor mijn kinderen: ja, absoluut. Ik dacht altijd dat 'biologisch' gewoon een modeterm was die ze op labeltjes plakten om wanhopige ouders twintig euro extra af te troggelen. Maar normaal katoen wordt zwaar bespoten met pesticiden, en synthetische stoffen zoals polyester ademen totaal niet. Toen Leo een uitbraak van eczeem had, zorgde het inpakken in synthetische fleece er eigenlijk voor dat de warmte en het zweet op zijn huid bleven hangen, waardoor hij gek werd van de jeuk. Biologisch katoen ademt en neemt echt heel goed vocht op. Het is een van de weinige dingen waar ik met liefde iets meer voor betaal.

Kan ik een autostoeltje gebruiken dat een klein ongelukje heeft gehad?
Nee. Niet doen. Het maakt me niet uit of het 'ongeluk' inhield dat je met drie kilometer per uur tegen de brievenbus op je eigen oprit aantikte. De structurele integriteit van het plastic en het schuim daaronder kan zijn aangetast op manieren die je met het blote oog niet kunt zien. Mijn huisarts was hier super streng in. Als de auto geraakt is, is het klaar met het stoeltje. Knip de gordels door met een schaar zodat niemand anders het nog uit de container kan vissen, en gooi het weg.

Hoe lang moet mijn baby nou écht achterwaarts in de auto zitten?
Voor altijd. Grapje, maar zo voelt het wel. Dave wilde Maya al omdraaien op het moment dat haar voetjes de achterbank raakten, omdat ze er zo "opgepropt" bij zou zitten. Maar volgens de richtlijnen van VeiligheidNL moet je ze achterwaarts blijven vervoeren totdat ze de maximale lengte of het gewicht van het specifieke stoeltje hebben bereikt. Meestal is dit rond een jaar of drie, vier. Die ruggengraatjes en nekjes lijken in feite nog gemaakt van drilpudding, en achterwaarts vervoeren beschermt ze zóveel beter bij een botsing. Laat ze hun beentjes maar lekker vouwen als een krakeling; ze zijn toch enorm flexibel en ze geven er echt helemaal niets om.